augustus 27th, 2026

Van zorg naar zorgconsumptie

Van zorg naar zorgconsumptie

De zorg staat onder druk, tegelijkertijd blijven de kosten van de zorg stijgen.

In 2010 bedroegen de zorguitgaven ongeveer 87 miljard euro. In 2025 was dat al 125 miljard. Een enorme stijging. Maar hoe kan dat?

De kosten lopen op en door alle maatregelen vanuit de overheid en zorgverzekeraars lukt het maar niet deze kostenstijging onder controle te krijgen.
De bevolking is in diezelfde periode niet met een vergelijkbaar percentage gegroeid. Natuurlijk speelt vergrijzing een rol. Ook medische en technische vooruitgang heeft een prijs, evenals nieuwe en vaak zeer kostbare geneesmiddelen. Maar zijn dat werkelijk de belangrijkste verklaringen voor deze enorme groei? Ik vraag het mij af.

Ik werk inmiddels ongeveer vijftig jaar in de zorg. Ik ben begonnen als verpleegkundige, werd later arts en werk inmiddels bijna dertig jaar als huisarts. In die halve eeuw heb ik de zorg ingrijpend zien veranderen.

En misschien nog belangrijker: ik heb de manier waarop wij naar zorg kijken zien veranderen.

Van noodzakelijke zorg naar zorg op verzoek

Steeds vaker wordt zorg gezien als iets waar je recht op hebt zodra je daar behoefte aan hebt. Een klacht leidt tot een onderzoek. Een onderzoek leidt soms tot een vervolgonderzoek. En wanneer de uitslag geen duidelijke verklaring geeft, volgt er gemakkelijk een verwijzing naar een specialist. Niet omdat een arts altijd overtuigd is van de medische noodzaak, maar omdat de patiënt het graag wil. Of omdat de arts bang is iets te missen. Of omdat niemand achteraf het verwijt wil krijgen dat er onvoldoende is gedaan.

Daarmee ontstaat een merkwaardige paradox.

Terughoudendheid wordt steeds minder ervaren als goede zorg.
Veel doen wordt juist gezien als zorgvuldig.

Een arts die zegt: “Ik denk dat verder onderzoek niets toevoegt; laten we het even aankijken”, loopt tegenwoordig het risico dat dit wordt opgevat als onvoldoende serieus genomen.

Onderzoek kan leiden tot toevallige bevindingen die vervolgens weer onderzocht moeten worden. Een verwijzing kan leiden tot nieuwe onderzoeken en nieuwe onzekerheid. En ondertussen worden tijd en capaciteit gebruikt die niet meer beschikbaar zijn voor patiënten bij wie de zorg werkelijk noodzakelijk is.

Een cultuur die steeds meer zorg vraagt

Dit is niet alleen een probleem van patiënten.
Het is een cultuur waarin wij allemaal terecht zijn gekomen.
We leven in een complexe en gehaaste maatschappij waarin prioriteiten stellen moeilijk is. We willen niets missen, alles uitsluiten en liefst voor ieder probleem een oplossing.

Ook artsen en andere zorgverleners zijn onderdeel van die cultuur. Niemand wil een ernstige ziekte missen. Niemand wil een klacht krijgen. En niemand wil achteraf horen dat er misschien meer gedaan had kunnen worden.

Voorzichtigheid heeft ook een prijs.
Wanneer we alles willen uitsluiten, houden we uiteindelijk steeds minder tijd en personeel over voor datgene wat werkelijk belangrijk is.
Dat zien we inmiddels dagelijks.

De zorgvraag is sterk toegenomen, terwijl het aantal mensen dat in de zorg werkt niet onbeperkt kan meegroeien. Daardoor komt steeds meer druk te liggen op de mensen die er wél werken. Zij moeten meer patiënten helpen, meer administratie doen, meer regels volgen en tegelijkertijd steeds meer zorgvragen beantwoorden.

Dat is geen houdbaar systeem!

De vraag die we liever niet stellen
Ik ben ervan overtuigd dat in de Nederlandse gezondheidszorg gemakkelijk tientallen miljarden euro’s bespaard kunnen worden zonder dat de kwaliteit van de noodzakelijke zorg daaronder hoeft te lijden.

Maar dat betekent niet dat ik een eenvoudig antwoord heb op de vraag hoe dat moet.
Wel zie ik waar het misgaat.

We zijn een systeem gaan bouwen waarin bijna niemand belang heeft bij minder zorg.
De politiek heeft moeite met maatregelen die mensen als een beperking ervaren. Onpopulaire maatregelen kosten stemmen.
Zorgverzekeraars bevinden zich in een vergelijkbare positie. Wanneer een verzekeraar strengere grenzen stelt, kan een verzekerde eenvoudig overstappen naar een andere verzekeraar.

En ook in de zorg zelf zijn financiële prikkels ontstaan.
Dat vind ik een fundamenteel probleem.

Geld verdienen aan zorg

Zorg is geen gewone markt.

Wanneer geld verdienen een belangrijk onderdeel wordt van het verdienmodel, ontstaat onvermijdelijk de prikkel om meer zorg te leveren. Meer behandelingen, meer onderzoeken, meer patiënten en meer productie.

Dat betekent niet dat iedere particuliere zorgaanbieder verkeerde zorg levert. Integendeel, veel mensen werken daar met grote betrokkenheid.
Maar het systeem moet voorkomen dat het financieel aantrekkelijker wordt om méér zorg te leveren dan om goede en noodzakelijke zorg te leveren.

Wat mij betreft is geld verdienen aan zorg een perverse prikkel die we zoveel mogelijk moeten beperken.

Dat staat op gespannen voet met marktwerking en concurrentie.

Ook onze ouderen verdienen andere zorg

Een ander terrein waar ik grote mogelijkheden tot besparing zie, is de ouderenzorg.

We hebben de zorg voor ouderen steeds ingewikkelder en duurder georganiseerd. CIZ-indicaties, persoonsgebonden budgetten (PGB) en volledig pakket thuis (VPT) constructies nemen toe. Tegelijkertijd betalen mensen soms duizenden euro’s per maand voor particuliere woonvoorzieningen die lang niet altijd de kwaliteit en leefomgeving bieden die je zou mogen verwachten.

Ik denk dat het ook anders kan.

Waarom wonen zoveel ouderen die nog redelijk zelfstandig zijn in een groot huis waarin zij nauwelijks nog gebruikmaken van de beschikbare ruimte?

Waarom organiseren we niet veel meer woonvormen waarin ouderen zelfstandig kunnen blijven wonen, maar zorg en ondersteuning letterlijk in de nabijheid beschikbaar zijn?
Een soort Knarrenhof 2.0, maar dan met structurele zorg in de buurt, sociale betrokkenheid en waar mogelijk contact met jongere generaties.
Jongeren kunnen helpen. Ouderen kunnen iets voor jongeren betekenen. Mantelzorg kan een plaats krijgen zonder dat alles op de schouders van familie terechtkomt. Een wijk kan meer worden dan een verzameling individuele woningen.

Zorg hoeft niet altijd naar de patiënt gebracht te worden.
Soms kunnen we de omgeving zo organiseren dat mensen minder zorg nodig hebben.
Dat is niet alleen goedkoper. Het kan ook veel menselijker zijn.

De huisartsenpost (HAP) is geen oplossing voor alles

Een groot deel van de patiënten die zich daar melden, heeft geen acute medische zorg nodig. Het gaat vaak om zorg die buiten kantooruren wordt gevraagd omdat het op dat moment beter uitkomt of omdat men niet wil wachten.
Dat is iets anders dan spoedzorg.

Tijdens de coronaperiode zagen we dat het gebruik van de huisartsenpost sterk verminderde. En ondanks die enorme terughoudendheid bleek achteraf dat er veel minder misging dan je misschien zou verwachten.

Dat zou ons aan het denken moeten zetten. Al jaren hoor ik huisartsen klachten over drukte en oneigenlijk gebruik van de HAP. Een consult op de HAP is al gauw 15 maal duurder dan bij de eigen huisarts.
Misschien is niet iedere zorgvraag die zich aandient ook een zorgvraag die direct beantwoord moet worden.

Durven zeggen: nee

Misschien is dat uiteindelijk de belangrijkste verandering die nodig is.

We moeten opnieuw leren dat nee zeggen soms goede zorg is.

Nee tegen een onderzoek dat niets toevoegt.
Nee tegen een verwijzing die medisch niet nodig is.
Nee tegen een behandeling waarvan de nadelen groter zijn dan de voordelen.
Nee tegen zorg die vooral wordt geleverd omdat iedereen gewend is geraakt dat die zorg beschikbaar is.

Dat vraagt iets van patiënten, maar misschien nog wel meer van zorgverleners.

Een huisarts die zegt “dit hoeft niet onderzocht te worden” moet niet worden gezien als iemand die onvoldoende zorg levert.

Een specialist die zegt “u heeft geen behandeling nodig” levert misschien juist uitstekende zorg.

En een zorgverzekeraar die een behandeling niet vergoedt omdat die aantoonbaar geen meerwaarde heeft, zou daar niet onmiddellijk voor moeten worden afgestraft.

Schaarste dwingt ons tot keuzes

We hebben jarenlang geprobeerd steeds meer zorg te leveren.
Maar de werkelijkheid dwingt ons inmiddels tot een andere vraag:

Welke zorg vinden we werkelijk belangrijk?

Personeel is schaars. Tijd is schaars. Geld is schaars.
Wanneer we die schaarse middelen besteden aan onzinnige of weinig zinvolle zorg, komt de patiënt die de zorg echt nodig heeft achteraan in de rij.
Dat is misschien wel de grootste bedreiging voor onze gezondheidszorg.

We zullen dus keuzes moeten maken.

Dat zal soms pijn doen.
Het zal soms leiden tot discussie en ontevredenheid.
Maar niets doen is uiteindelijk ook een keuze.

En misschien moeten we onszelf opnieuw de eenvoudigste vraag stellen die in de zorg bestaat:

Heeft deze patiënt deze zorg werkelijk nodig?

Als we die vraag weer durven stellen — en het antwoord soms ook durven accepteren — kunnen we ervoor zorgen dat de mensen die de zorg krijgen die het echt nodig hebben en we waarschijnlijk miljarden kunnen besparen.
Door minder druk op het zorgsysteem houden zorgverleners het langer vol.